tweede

  • In en tegen Dwingeloo werd het 4-2. Ale haalde als enige en laatste het volle punt binnen en Jan Duisterwinkel en Olaus maakten remise. Jan van Spijker, Arnold en Arend moesten hun meerdere erkennen in hun tegenstander.

    Het nieuwe speeltempo beviel eigenlijk wel goed en bood in ieder geval de gelegenheid niet al te laat de thuisreis te aanvaarden. 

  • Uiteindelijk toch in basisopstelling werd het op dinsdag 3 November tijdens de eerste uitwedstrijd tegen JH Kruit in Stadskanaal een 3,5-2,5 overwinning voor Roden. De enige (ingecalculeerde) nederlaag was voor mij die aan het eerste bord aantrad tegen Geert van der Lei met een rating van 2000. Een leuke partij om te spelen , koningsgambiet natuurlijk, en in de analyse van Fritz bleef ik 25 zetten in evenwicht waarna het toren-pionnen eindspel door Geert veel beter werd gespeeld dan door mij. En het leuke van zo'n sterke tegenstander is dat mijn rating er zelfs op vooruitgaat na deze nederlaag. Op dat moment waren Jeppe en Arend al remise overeengekomen, dus we hadden nog tenminste 2 punten nodig uit 3 partijen. En dat werden er zowaar 2,5. Theo speelde een gedurfde partij waarbij hij aan het eind 1 zet verwijderd was van mat maar zijn tegenstander, reeds vergevorderd naar een promotie door ver opgerukte vrijpionnen, wist er door eeuwig schaak net remise uit te slepen. Olaus ontwikkelde beter tegen een iets te voorzichtig spelende tegenstander en kwam na ragfijn spel met loper en toren met een pionnenwals door het midden. Ale speelde een correcte partij en we zagen zijn tegenstander een stuk wegblunderen, dus dat leek kat-in-het-bakkie maar het werd erg lastig gemaakt door een soort kamikazeaanval tegen zijn koningsstelling. Toen die na enige zenuwslopende momenten in vlammen ten onder waren gegaan waren 2 stukken achterstand voor de tegenstander het teken om de koning om te leggen.

    Jan van Spijker